|
||||||||
|
Maria João Monteiro Grancha, zo luidt de volledige naam van deze bijzondere Portugese zangeres, die bij ons misschien niet erg bekend is, maar die wel al ruim veertig jaar meedraait in de vocale jazz en platen opname met zowat iedereen, die er in dat genre toe doet, van Mario Laginha tot Trilok Gurtu en van Manu Katche tot onze eigen David Linx en Bobby McFerrin. Als gastzangeres kan je haar naam terugvinden op platen van Madredeus’ Teresa Salgueiro, Dulce Pontes, Joe Zawinul en Danças Ocultas, naast nog minstens twintig andere, eerder lokaal bekende muzikanten en zangers, waaronder het OGRE-project ook hier enkele rimpeltjes veroorzaakte. Voor haar nieuwste plaat, waarvoor ze heen en weer pendelde tussen Lissabon en Maputo, zocht Maria opnieuw het gezelschap op van João Farina en André Nascimento, kompanen van lange tijd, waarmee ze onder meer in het kader van het OGRE-project, sinds 2012 platen maakt, waaronder het veel geprezen “Songs for Shakespeare uit 2022. Dat levert een bij momenten indrukwekkende confrontatie op tussen de heel bijzondere stam van Maria en de tapijten die geweven worden door de elektronica. De muzikanten zijn soms nieuwkomers en soms ook weer niet, maar dat ze stuk voor stuk straf zijn op hun instrumenten, daar kun je gif op innemen. De inbreng van het TP50-koor zorgt voor een heel mooi samengaan van Mozambikaanse traditie met de Portugese jazz, waarvoor Maria symbool staat. Wat mij betreft, is echter het belangrijkste element op deze plaat -naast de stem uiteraard- het feit dat Luis Fernandes, gerenommeerd avant-gardemuzikant uit de elektronische scene, de productie in handen had.: hij slaagde er wonderwel in verleden en heden met elkaar te verbinden en jazz en “wereldmuziek” te laten samenklinken. (Dani Heyvaert)
|